Evelyn’s Blog

Just another WordPress.com weblog

Jaarsyntheseverslag mei 31, 2009

Gearchiveerd onder: Syntheseverslag module 8 — evelynpauwels @ 7:53 pm

 

Examenplanningen worden gemaakt, de stress begint te stijgen en stiekem wordt er al gedacht aan vakantie. Ja, het is zover, het jaar loopt bijna ten einde. Een geschikt moment om even stil te staan bij leuke ervaringen, interessante gebeurtenissen en leermomenten uit het tweede jaar orthopedagogie.

Wanneer ik even nadenk over het voorbije jaar, valt mij vooral op dat het gevarieerder was dan het eerste jaar. De voorbije maanden leerden we niet alleen veel uit cursussen, ook de vele groepswerken en uiteraard de stage was heel leerrijk. Dit maakte voor mij dat het jaar voorbij vloog.                                                                              

 

Opleidingsonderdelen

 

In het begin van het jaar kregen we vele vakken die een vervolg boden op onderdelen van het eerste jaar, zoals orthopedagogisch handelen, recht, psychiatrische stoornissen, begeleiden in socio-culturele contexten enzovoort. Vooral deze drie laatste vakken spraken me enorm aan.   Recht vond ik enorm boeiend en werd gegeven door Ingrid De Jonge, wiens enthousiasme en doorzettingsvermogen ik heel erg bewonder. Dit vak gaf me ook de kans om een echte rechtszaak bij te wonen en mijn mening over justitie te funderen en nuanceren.

 

Psychiatrische stoornissen vond ik reeds in het tweede jaar heel boeiend. Ook dit had te maken met de inbreng van de lector, namelijk Lieve Walravens. Zij kan zelfs de saaiste en moeilijkste theorie omzetten in iets heel concreet, boeiend en leuk om naar te luisteren. Lieve bezit de gave om met zoveel energie en enthousiasme te vertellen, dat je gewoon wel moet luisteren en alles veel sneller onthoudt. Moest ik ooit op zo’n manier kunnen lesgeven,… .                                                                          Het laatste vak – begeleiden in socio-culturele context – is eveneens een zeer theoretisch vak, waarvan de inhoud me zeker aansprak. Vanuit mijn ervaringen als monitor in maatschappelijk kwetsbare woonwijken kon ik veel van de geziene theorie beter begrijpen en ook echt toepassen. Door dit vak heb ik dan ook gekozen voor mijn major: maatschappelijk kwetsbare groepen. 

 

 

Stage

 

Maar het meest ingrijpende leermoment was natuurlijk de stage. Deze periode betekende voor mij mijn eerste echte professionele ervaring met het werkveld en een kans om mijn geleerde theorie en attitude te toetsen. Ik deed een inclusiestage in een derde kleuterklas, waar ik een jongetje (S.) begeleidde met gedragsproblemen.

 

Op korte tijd heb ik enorm veel geleerd, zowel praktische dingen, concreet handelen als dingen over mezelf. De meeste krachten en werkpunten waarop ik werd gewezen wist ik reeds, anderen waren nieuw voor mij.

De krachten die zowel door mezelf als mijn stagebegeleidsters naar voor werden gebracht zijn: echtheid, empathie, zin voor initiatief, zin voor samenwerking, flexibiliteit, leergierigheid en betrokkenheid. De attitudes waaraan ik zeker nog moet werken zijn het bieden van structuur, stiptheid, veiligheid- en milieubewustzijn en relativeringsvermogen.  Sommige van deze aspecten zullen waarschijnlijk steeds werkpunten blijven, omdat ze samenhangen met mijn persoonlijkheid. Maar dit wil natuurlijk niet zeggen, dat ik er niet moet aan blijven werken. Meer hierover vind u onder het puntje ‘leergroep – attituden’.    

 

Ook werd ik geconfronteerd met mijn eigen grenzen en mijn emotionele betrokkenheid. De periode waarin ik S. begeleidde was zeer intens, waardoor er al snel een zekere band ontstond tussen ons. Het verrast me steeds hoe blij ik ben met elke kleine stap die hij voorwaarts zette. Het gebeurde dus al wel eens dat ik vooral emotioneel reageerde op conflicten of andere situaties. Ik denk niet dat dit de situatie altijd negatief beïnvloedde. Volgens mij is emotionaliteit onvermijdelijk in de sociale sector en zelfs nodig. Al moet het natuurlijk wel begrensd worden en geuit worden op de gepaste manier en op de gepaste tijd.     

 

Maar in de eerste plaats betekende deze stage voor mij een enorme motivatie om verder te studeren.

 

 

Buitenlandse stage

 

Nu mijn eerste stage zo goed is meegevallen, is het tijd om te denken aan mijn volgende stage.

Vorig jaar ging ik reeds naar een infosessie rond de buitenlandse stages. Maar dit jaar heeft dit pas echt vorm gekregen. Ik droom er al heel lang van om voor een tijdje naar het buitenland en deze buitenlandse stage was een unieke kans om deze droom te realiseren. Ik deed er dan ook alles aan om kans te maken op zo’n internationale stage. Ik schreef een motivatiebrief, nam deel aan twee selectiegesprekken en werd uiteindelijk…  geschikt bevonden!

Dat klinkt nu allemaal heel gemakkelijk, maar die gesprekken bezorgde mij toch de nodige zenuwen… .

Tijdens het eerste gesprek diende ik mijn motivatiebrief te verantwoorden en vragen over mezelf te beantwoorden. Wat zouden mijn krachten zijn in de States? Waar zou ik het moeilijk mee hebben? Op zich niet zo’n moeilijke vragen… tot David De Roey bleef doorvragen. Het verbaasde mij hoe moeilijk ik het vond om op deze vragen grondig te antwoorden. Ik kon wel enkele attituden benoemen, maar ik vond het moeilijk om hierop te blijven doorgaan. Toch bracht ik het er nog vrij goed vanaf.

Het tweede gesprek verliep in het Engels en voerde ik met David De Roey en Joël Verjans. Het gesprek verliep vlot. Ik voelde mij veel meer ontspannen dan de vorige keer, ook al moest het dit keer in het Engels. Mijn kennis van deze taal werd goed bevonden, alleen de vaktermen moest ik nog een beetje bijschaven. Toen David en Joël uiteindelijk zeiden dat ik mocht gaan, was ik ongelooflijk gelukkig. Heel het EMI heeft het toen geweten denk ik…

 

Maar na enkele weken bleek dat ik te vroeg had gejuicht. De college van Maine kon mijn aanvraag niet accepteren, wegens financiële problemen. Ik was enorm teleurgesteld. Ik had me immers zo verheugd op Maine en had al heel wat plannen gemaakt. Gelukkig gaf Joël het niet op en zond mijn aanvraag naar heel wat andere colleges.

Een paar dagen geleden kreeg ik een telefoontje van Joël met zeer goed nieuws.  IK MAG NAAR NORTH CAROLINA ! Achteraf bekeken was het dus helemaal niet zo erg dat mijn reis naar Maine doorgaat. North Carolina is veel beter. Deze staat ligt namelijk veel zuidelijker, waardoor het klimaat veel aangenamer is. Daarnaast ligt het ook dichter tegen Washington, waar ik in Augustus ga verblijven.

Mijn eerste stage heeft heel veel indruk op mij gemaakt, maar mijn tweede stage wordt er dus één om nooit meer te vergeten!

 

 

 Klasgroep

 

Niet alleen ik evolueerde het afgelopen jaar sterk, ook onze gehele klasgroep maakte een hele evolutie door. Deze evolutie verschilde tevens heel erg van diegene die mijn klas van vorig jaar doormaakte.  Dit is ook normaal denk ik. In het eerste jaar is iedereen nog onzeker, onwennig en… alleen. Niemand kende een andere persoon in de klas en iedereen moest echt een start maken. Dit was helemaal anders bij het begin van dit academiejaar.

Daarnaast was ook de tijd die we samen doorbrachten anders en de wijze waarop we die samen doorbrachten. De eerste modules volgde we samen les, maar door de aanwezigheid van ITstudenten, ‘verdwenen’ er doorheen de modules enkele mensen. Daarnaast waren er de vele groepswerken die maakte dat je een bepaald deel van de klas goed leerde kennen, maar met andere minder contact had. Vervolgens was er de stage, die maakte dat we elkaar verschillende maanden nagenoeg niet zagen.

 

Toch heeft dit niet geresulteerd in een slechte klasgroep, in tegendeel. Ik heb me doorheen het jaar steeds goed gevoeld in de klas. Op momenten heb ik zelf heel veel steun ondervonden vanuit de klasgroep. Ik denk dan ook dat we allemaal op een positieve manier doorheen het jaar zijn geëvolueerd.

 

Samen werkten we ook rond orthomedia. Bij de brainstorm koos ik liever voor een meer ‘voor de hand liggend’ onderwerp. Ik zag het project als een kans om met heel de groep een bepaalde problematiek onder woorden te brengen en bijvoorbeeld met z’n allen geld in te zamelen en hier iets heel zinvols mee te doen.  In het middelbaar heb ik bijvoorbeeld eens met de hele klas een project op poten gezet om geld in te zamelen voor poverello. Wij hadden daar een werkstuk over gemaakt binnen het vak cultuurwetenschappen en de organisatie had veel indruk op ons gemaakt. We zijn toen met z’n allen het ingezamelde geld gaan afgeven. Ik heb er geweldige herinneringen aan.

Maar voor orthomedia kozen we om het helemaal anders aan te pakken en gingen we werken rond stereotypen rond mannen. Ik moet toegeven dat ik eerst wat teleurgesteld was, maar hoe langer we werkten aan het project, hoe enthausiaster ik werd. Ik kijk dan ook heel erg uit naar onze presentatie.  

 

 

 Leergroep

 In de leergroep werkte we dit jaar rond vier centrale thema’s: attitudes, mens- en wereldbeeld, referentiekader en orthomedia. Ik zal deze thema’s elk afzonderlijk behandelen.

 

1) Attitudes

 Eerst en vooral werkten we rond attitudes. Doorheen het hele jaar ben ik hebben verschillende mensen, uit verschillende contexten mij op mijn krachten en werkpunten gewezen.

 

SPEELBUS

In oktober werd ik geëvalueerd als hoofdmonitor bij de speelbus. Daar worden onze attituden besproken aan de hand van de heer, de dame en de zot in het kaartenspel.

De heer staat voor gezag, het stellen van regels, overzicht, coördineren enzovoort. Dit vond ik persoonlijk het moeilijkste aspect als hoofdmoni, zowel naar de kinderen als naar mijn medemonitoren toe. Ik ben al drie jaar monitor op de speelbus, waardoor ik veel bijleerde over gezag uitstralen en regels stellen. Wij werken op de speelbus met kinderen uit maatschappelijk kwetsbare woonwijken, wat soms toch wel een aparte doelgroep maakt. In het begin vond ik het zeer moeilijk om grenzen te stellen. Maar ondertussen kan ik toch wel stellen dat me dit nu wel lukt. Hetzelfde doen bij een ploeg monitoren, is een heel andere zaak merkte ik vorige zomer. Met vallen en opstaan leerde ik het, begeleid door Sara (de verantwoordelijk van de speelbus, medewerkster van arktos.) Zij gaf mij tijdens mijn evaluatie mee dat ik heel erg gegroeid ben als hoofdmonitor, maar niet te kritisch voor mezelf mag zijn. Daarnaast zij ze ook nog dat ik mezelf niet uit het oog mocht verliezen door mezelf steeds op te offeren.

De dame wordt gelinkt met attituden zoals zorgzaamheid, veiligheid, empathie en andere sociale vaardigheden. Dit is doorgaans het aspect dat het natuurlijkste komt bij vrouwelijke monitoren. Hier kreeg ik dan ook zeer goede feedback op. Sara schreef mij de attituden warmte, hulpvaardigheid en empathie toe. Ze vond het goed dat ik steeds rekening hield met elk teamlid. Waar ik nog kon groeien was het leiden van de dagevaluaties en het begeleiden van beginnende moni’s.

De zot staat voor het animeren, brengen van sfeer,… . Het animeren van een groep kinderen moet je gewoon leren. Mijn eerste jaar als moni bleef dit meer op de achtergrond, maar met de jaren leerde ik hier heel veel in bij. Sara had hierop niets meer aan te merken.

 

STAGE

Ook op mijn stage reflecteerde ik zelf over mijn attitudes en kreeg ik hier feedback over door mijn stagebegeleiders.

De krachten die ik mezelf toeschreef waren echtheid, leergierigheid, betrokkenheid, empathie, zin voor initiatief, zin voor samenwerking en flexibiliteit. Maar uiteraard heb ik ook een aantal werkpunten waar ik nog sterk in moet groeien zoals relativeringsvermogen, veiligheids- en milieubewustzijn, acucuratesse en imagobewustzijn. Deze attituden werden tevens door mijn stagebegeleidsters als werkpunten benoemd.  Vooral accuratesse is voor mij een groot werkpunt. Ik kan erg nonchalant en chaotisch zijn, waardoor ik soms het overzicht verlies. Orde en stiptheid kunnen dus zeker beter. Ik heb zelf niet veel structuur nodig om te functioneren, maar heb het dan ook moeilijk om deze te bieden. Imagobewustzijn vond ik een werkpunt, omdat ik in het begin mijn rol als stagiaire nog moest aftasten. Een inclusiestage is toch net iets anders dan andere stages, waardoor het takenpakket zeer open en in het begin onduidelijk is. Maar wat in het begin een moeilijkheid betekende, werd in de loop de weken een enorm voordeel, een enorme vrijheid en kans tot initiatief.

 

Verder formuleerde mijn stagebegeleidsters enkele krachten.  Een kritische ingesteldheid, leergierigheid, procesgerichtheid, doorzettingsvermogen, flexibiliteit en zin tot initiatief benoemde zij als mijn sterke punten. Vooral met de laatste attitude was ik zeer blij. Tijdens mijn feedbackgesprek bij leergroep kreeg ik immers de opdracht om tijdens mijn stage veel initiatieven te nemen en meer van mij te laten horen. Het was dan ook leuk dat dit voornemen bevestigd werd.

 

 

WERKGROEP EXPLORATIE EN VERDIEPING

Daarnaast deden we in mijn werkgroepje binnen het opleidingsonderdeel exploratie en verdieping het kwaliteitenspel. De resultaten voor mij:

 Krachten: Initiatiefrijk – zelfverzekerd – zelfstandig – makkelijke prater – spontaan

Werkpunten: In haar enthousiasme haar eigen ideeën te veel willen doordrijven.

 

 Het is interessant om het overzicht van al deze feedback samen te zien. Er zijn dingen die elke keer terug komen, maar elke context brengt toch ook enkele andere attituden aan. Dit is volgens mij ook niet meer dan normaal. In elk van deze contexten voel ik me anders, waardoor ik me uiteraard ook anders ga gedragen. Binnen elk van deze plaatsen bevind ik mij in een groep, waarbinnen elke persoon zijn eigen rol opneemt en waarbij er andere verwachtingen gelden tegen over mij.

 

 

2)  Mens- en wereldbeeld

 

In het middelbaar kreeg ik les van Renilde Vos, die mij zeer veel leerde over levensbeschouwing. De eerste jaren van het secundaire onderwijs vond ik de lessen godsdienst eerder oninteressant en lastig. Maar dat veranderde allemaal toen ik les kreeg van Mevrouw Vos. Zij leerde ons de nodige levensbeschouwelijke denkkaders en gaf ons de vrijheid om daar echt over na te denken en onze gedachten neer te schrijven in logboekopdrachten rond ethische thema’s. Zelfs buiten de lessen gaf zij ons de kans om samen te discussiëren over de leerstof en projecten uit te werken. En daar werd massaal op gereageerd. Bij het formuleren van ons eigen mens- en wereldbeeld konden we ons baseren op een analysedocument. Dit is te vinden op http://www.kul.be/thomas/images/pastoraal/bezinningsdagen/Analysedocument%20mens.pdf. Ook nu heb ik mijn eigen mens- en wereldbeeld geformuleerd aan de hand van dit document. Deze tekst vindt u in één van mijn belevingsverslagen: ‘Mijn mens- en wereldbeeld’.

 

 

3)   Referentiekader

 

Het referentiekader is voor een GOB zeer belangrijk. Of liever, het bewustzijn van dit referentiekader is zeer belangrijk. Binnen dit referentiekader bevinden zich de waarden, normen, levensbeschouwelijke denkwijze (zie hierboven), ervaringen en visies van het individu.

 

Bovenstaande redernering leerde ik meermaals in het eerste en tweede jaar orhtopedagogie. Maar pas tijdens mijn stage werd ik hier echt met geconfronteerd. Ik deed een inclusiestage, maar merkte dat de school helemaal niet zo achter inclusie stond, verre van zelfs. Soms kreeg ik zelfs het gevoel dat ze het kind dat ik begeleidde liever kwijt dan rijk waren. Daar botste mijn referentiekader sterk met dat van de directie en zorgleerkracht. Ook sommige visies van leerkrachten botsten sterk met de dingen die ik leerde op plantijn. Dan was het soms niet evident om mij bewust te blijven van de verschillende referentiekaders. Ook tussen de ouders van het jongetje en mijzelf merkte ik verschillen op in referentiekader. Het was dan ook zeer goed dat ik hier de nodige theoretische achtergrond voor had.

 

 

Besluit

Ik kan dus besluiten dat het een zeer leerrijk, interessant academiejaar is geweest voor mij. Sterker nog, ik heb nog nooit ze erg uitgekeken naar de start van het volgende. Want dan… begint mijn buitenlandse stage!

 

Mijn mens- en wereldbeeld mei 31, 2009

Gearchiveerd onder: Belevingsverslagen module 8 — evelynpauwels @ 7:45 pm

 

In de lessen leergroep hadden wij het dit jaar onder meer over mens- en wereldbeelden. Daarom leek het mij zinvol om eens na te denken over mijn eigen mens- en wereldbeelden. Hierbij maak ik gebruik van het analysedocument van Renhilde Vos omtrent dit onderwerp, dat terug te vinden is op http://www.kul.be/thomas/images/pastoraal/bezinningsdagen/Analysedocument%20mens.pdf

 

MIJN MENSBEELD

 

Eerst en vooral geloof ik in de stelling: “De mens is van nature goed”. Ik geloof sterk in het feit dat ieder persoon ethisch goed wordt geboren, maar zich door beïnvloedingen van de omgeving ethisch fout gaat gedragen. Hierbij kan ik ook stellen dat de mens altijd wordt beïnvloedt door zijn omgeving.

Deze stellingen zijn sterk verbonden met hert alom bekende erfelijkheidsmilieudebat. In hoe verre wordt een mens geboren als een onbeschreven blad (Tabula Rasa) en hoe groot is de invloed van de omgeving? Ik denk niet dat er ooit een antwoord op gevonden kan worden, maar volgens mij is dat ook niet nodig. Wel denk ik dat het goed is, dat iedereen – zeker iemand werkzaam in de sociale sector – zich bewust is van deze vraag. Elk jaar opnieuw leer ik nieuwe leerstof omtrent het nature nurture, maar het verandert mijn kijk op dit onderwerp niet echt. Doorheen de jaren zijn er vele onderzoekers op zoek gegaan naar antwoorden, sommige hebben er hun levenswerk van gemaakt. Ik kies ervoor om te geloven in de pedagogisch optimistische denkwijze dat elk individu van nature goed is. Ik denk dat dit ook nodig is, als toekomstig GOB of psychologe.

Dit geloofde ik ook zeer sterk tijdens mijn voorbije stage. Ik was er van overtuigd dat wanneer het jongetje dat ik begeleide in een ander gezin was opgegroeid, zijn situatie er heel anders had uitgezien. Daarbij zag ik ook sterk de overeenkomsten met zijn vader, wat wijst op genetische aspecten. Maar tegelijkertijd zorgde die vader ook voor zeer ingrijpende omgevingsfactoren, die zeer bepalend waren in het leven van het jongetje.

Daarnaast sta ik ook achter de stellingen: “De mens is een sociaal wezen”, “Elk mens is gelijkwaardig” , “Elke mens is bekwaam om ethisch te denken en te handelen” en “Een mens moet zelf kunnen beslissen over zijn leven en dood”.

Sommige van deze stellingen dienen natuurlijk genuanceerd te worden, maar ik sta wel achter hun basisbetekenis. Bij de laatste twee stelling kan men bijvoorbeeld nadenken over bepaalde voorwaarden. Vanaf welke leeftijd kan je bijvoorbeeld kiezen om te sterven? En hoe zit het met personen met een mentale beperking?

 

 

MIJN WERELDBEELD

 

Ik vind het persoonlijker om mijn wereldbeeld onder woorden te brengen, dan mijn mensbeeld.

Heel ruim gezien, wordt er gesproken over kosmocentrisme of antorpcentrisme. Ik vind het heel raar om tussen deze twee stromingen te kiezen, dus doe ik dit niet. Kosmocentrisme stelt dat alle levende wezens gelijkwaardig zijn, terwijl het antropocentrisme opkomt voor een hiërarchie tussen de levende wezens waarbij de mens superieur is. De wereld zit nu eenmaal in elkaar volgens het antropocentrisme. Ik vind het niet meer dan normaal dat men dieren goed behandelt en dierenleed zoveel mogelijk voorkomt. Ik heb ook respect voor godsdiensten die denken volgens het kosmocentrisme en vindt het heel mooi hoe sommige culturen er in slagen om in harmonie met de natuur te leven. Toch vindt ik het moeilijk om het kosmocentrisme helemaal te begrijpen. Ik ben opgegroeid in een westerse maatschappij, waar wordt geleefd volgens het antropocentrisme en daardoor dus ook beïnvloedt.

 

Verder vindt ik dat de wereld, de maatschappij op een egalitaire wijze moet worden opgebouwd. Dat is lang niet het geval, maar moet wel een streefdoel blijven. Er is veel ongelijkheid op wereldvlak en daar hebben we volgens mij allemaal aandeel bij. Maar het zou fout zijn om te denken dat dit door enkele politieke beslissingen verandert kan worden, als deze al worden genomen. Want dan zouden de Westerse landen hun westerse kijk, hun westerse levensbeschouwing opleggen op andere culturen. Terwijl men volgens mij ieders eigenheid en waarden dient te respecteren. Dat betekend natuurlijk niet dat de Westerse landen niet mogen doen. We kunnen andere landen, andere werelddelen steunen door middel van voeding, onderdak, gezondheidszorg, onderwijs, noem maar op. Hen de middelen geven om verandering te brengen in hun eigen economie, maar hen die verandering niet opleggen.

 

Wanneer ik me een wereldbeeld probeer te vormen met betrekking tot onze maatschappij, spreken de volgende stellingen mij aan: “De samenleving moet de zorg op zich nemen van de zwakkeren”, “De samenleving is multicultureel en dat is goed.” en “Een samenleving moet op een solidaire manier opgebouwd worden, zodat iedereen een rechtvaardig deel krijgt”. Ook deze stellingen zijn mooie streefdoelen voor onze maatschappij.

 

In het middelbaar ondervond ik dat mijn mens- en wereldbeelden het meeste aansloten bij de humanistische denkwijze. Ook herkende ik sommige van mijn visies in de Christelijke mens- en wereldbeelden. Dit verbaasde mij. Ik zou mijzelf namelijk niet meteen een Christen noemen. Ik heb in mijn opvoeding wel elementen van het christendom meegekregen. Ik heb ook zeker waarden en normen van mijn ouders geleerd die belangrijk zijn in het christendom en andere godsdiensten. Ik ga naar de eucharistieviering als er kindervieringen zijn. Maar maakt dat van mij een christen? Ik denk het niet. Ik steek bitter weinig op van die vieringen en ben ook niet heel bewust bezig met religie. Of toch niet op de manier dat dit in eucharistievieringen wordt benoemd.  Ik hecht veel belang aan andere kunnen helpen, het goed menen, gewoon de manier waarop je met elkaar omgaat. En eigenlijk gaat daar religie ook over.  Ik kan dus stellen dat ik - net zoals veel mensen in onze samenleving –  geseculariseerd en gefragmenteerd ben wanneer het op religie aankomt. Mijn leven heeft op zich heel weinig te maken met de Kerk. Ik ben wel met veel dingen bezig die kaderen in verschillende godsdiensten maar die aspecten vormen geen echt duidelijk geheel. Al deze aspecten vormen wel mijn kijk en mening over heel belangrijke onderwerpen. En bij deze heb ik niet alleen een poging gedaan om mijn en mens- en wereldbeeld onder woorden te brengen, maar heb tevens even mijn visie met betrekking tot mijn godsbeeld even aangeraakt.

 

 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.